Wat is er met je gebeurd?

Wat vraag je aan een klein meisje dat huilend, met een kapotte knie, naast haar fietsje op de stoep zit? Ja, inderdaad: “Kindje toch, wat is er met je gebeurd?” Ook als je na een ongeval op de Spoedeisende Hulp wordt binnengebracht is dit de eerste vraag die aan je wordt gesteld, zolang je bij bewustzijn bent: “Kunt u me vertellen wat er is gebeurd?”. Kom met willekeurig welke lichamelijke klacht bij een arts en de eerste vraag die aan je wordt gesteld is: “Wat is er gebeurd?”

Als je psychische klachten hebt, is het vaak helemaal niet de eerste vraag die aan je wordt gesteld. Sterker nog: er wordt zelfs door professionals betwijfeld of het wel zin heeft om deze vraag te stellen aan mensen die ‘psychisch in de war zijn’. Regelmatig hoor ik dit van mensen in mijn praktijk: dat ik de eerste ben van meerdere hulpverleners sinds járen, die vraagt wat er met hen is gebeurd. Vooral mensen die lijden aan een eetstoornis en sterk vermagerd zijn, of mensen die zich overweldigd voelen door hun angsten, maar ook mensen die serieus overwegen zelf een einde te maken aan hun leven vertellen mij dit. Jim van Os schrijft in zijn boek ‘De DSM-5 voorbij!’ wat het onderliggende argument hiervoor is: “Als mensen heel erg in de war zijn, heeft het geen zin om netjes dingen te gaan vragen”. Mensen zouden niet in staat zijn om de vraag te begrijpen of te beantwoorden.

Ik geloof hier niet in. Ik ben ervan overtuigd dat ieder mens de deskundige is van zijn of haar eigen leven en dat mensen heel goed weten wat er met hen aan de hand is. Ze missen alleen iemand die kan luisteren, zodat zij kunnen vertellen wat zij hebben meegemaakt en wat dit met hen heeft gedaan. Ieder mens heeft de behoefte om te vertellen en al vertellend gebeurtenissen in een context te kunnen plaatsen. Betekenis te kunnen geven. Gevoelens te kunnen uiten.

Hoezo kan een jong meisje met anorexia niet over zichzelf praten en moet zij zich simpelweg aan een dieet leren houden, maar kan zij tegelijkertijd wel naar school om lessen te volgen en proefwerken te maken? Hoe tegenstrijdig is dat! En wanneer is de bizarre gedachte in de psychologie geslopen dat een suïcidaal persoon teveel in de war zou zijn om antwoord te kunnen geven op de meest meelevende vraag die de ene mens maar aan de andere mens kan stellen: “Denk je wel eens, ik wil zo niet meer verder leven?” Ik leerde dat ruim 20 jaar geleden al van professor Ad Kerkhof bij wie ik afstudeerde op het onderwerp suïcide, en gelukkig is 113.online daaraan nu landelijk bekendheid aan het geven met de slogan ‘Stel de vraag van je leven’, maar hoe triest is het dat onder druk van politiek, zorgverzekeraars en Big Pharma de psychiatrie en de psychologie hebben besloten dat een diagnose niet meer is dan het plakken van een etiket en een behandeling niet meer is dan het strikt opvolgen van een protocol, liefst in combinatie met medicijnen. Een gesprek, waarin wordt nagegaan wat er aan de hand is, waar iemand naar toe wil en waar behoefte aan is wordt niet meer, of slechts mondjesmaat gevoerd.

Ik geniet enorm van de vrijheid die ik in mijn eigen praktijk heb om vragen te kunnen stellen. Belangstellend te kunnen zijn naar de mens naast mij. Gaandeweg steeds beter kunnen begrijpen wat er gebeurd is en wat dit voor iemand heeft betekent. Wat het met hem of haar gedaan heeft. Die vrijheid heb ik niet kado gekregen. Ik heb mij los moeten durven maken van wat in mijn vakgebied als ‘normaal’ en ‘de norm’ geldt. Ik heb mijn eigen weg, waar ik in geloof en waar ik achter sta, stap voor stap moeten leren vinden. Aan de reacties van mijn cliënten kan ik horen dat ik daarin slaag.

Wat kan ik voor je doen? Waar heb je last van? Wat is er met je gebeurd? Hoe voelde dat? Wat betekent dat voor je? Welke beslissing heb je toen genomen of welke conclusie heb je toen (onbewust) getrokken? Waar hoop je op? Waar wil je naartoe? Hoe zou je graag willen zijn? Wat zijn je sterke kanten? Met welke kwetsbaarheden moet je rekening houden? Wat heb je nodig om deze inzichten in je dagelijkse leven te kunnen integreren?

Hoe gaaf is het dan om het werk van Jim van Os te lezen. Jim van Os is hoogleraar en meermalen psychiater van het jaar geweest. Hij pleit voor minder hokjesdenken via diagnostiek waarvan ‘de wetenschappelijke basis zeer dun is’ en minder protocollaire behandeling die niet aansluit bij de klachten en belevingswereld van de patiënt. Hij stelt voor om alle 400 verschillende psychische diagnoses (van autisme tot schizofrenie en van angststoornis tot depressie) te vervangen door 4 vragen: Wat is er met je gebeurd? Wat is je kwetsbaarheid en je weerbaarheid? Waar wil je naartoe? Wat heb je nodig?

Tegelijkertijd komt steeds meer het besef dat lichaam en geest niet van elkaar gescheiden kunnen worden behandeld, maar één geheel zijn. Hoe fantastisch zou het zijn als ook dit besef geïntegreerd zou worden in de psychologie. Dat wij niet ons brein zijn, maar dat ons brein medieert wie we zijn. Dat klachten, lichamelijke én geestelijke, niet op zichzelf staan maar voortkomen uit en samenhangen met een betekenisvol levensverhaal.

Ondertussen ben ik blij en dankbaar dat de mensen die ik mag helpen in mijn praktijk stuk voor stuk zichzelf veel beter leren begrijpen en ontdekken waar hun klachten vandaan komen. Op alle niveaus in contact komen met zichzelf en vervolgens ervaren hoe zij zichzelf aan het genezen zijn. Dát hoop ik voor de psychologie en de geneeskunde van de toekomst en gun ik ieder mens die zich met klachten, angsten en hoeveel verwarring dan ook tot een deskundige wendt voor hulp.

 

De verboden toren

Een Italiaans sprookje over het geheim van de zon in jezelf

In een land ver van hier, ligt een diep dal. In dat dal hangt altijd een dichte mist. De mensen die er wonen hebben nog nooit de stralende zon gezien. Ook naar de maan en de sterren kunnen ze nooit kijken. Geen mens is ooit de berg opgeklommen. Niemand heeft ooit gezien wat er aan de andere kant is. De oude grote mensen zeggen tegen de jonge grote mensen: “Ons dal is het mooiste van de hele wereld. Ons dal is de hele wereld.”

De jonge grote mensen zeggen tegen hun kinderen: “Alles wat we nodig hebben, is in ons dal te vinden. En het is de mooiste plek die er bestaat.”

De kinderen geloven dat. Als ze zelf groot zijn, vertellen ze het door aan hun kinderen.

Zo gaan er jaren en eeuwen voorbij.

In het dal ligt een nevelstad, die Bruma heet. Buiten de stad wonen een jongen en zijn opa in een huisje. Altijd als er mensen langs dat huisje komen, wijzen ze ernaar. Dan zeggen ze: “Daar wonen Stefan en zijn opa, de Grapjas.”

Opa beweert namelijk dat er achter de bergen een andere wereld is, vol zonlicht en kleuren. Je bent gek als je zoiets denkt, zeggen de mensen. Daarom hebben ze Stefan en zijn opa uit de stad verjaagd. Maar Stefan weet zeker dat zijn opa de waarheid vertelt.

Hij zou graag laten zien dat de oude man gelijk heeft. Op een dag zegt opa: “Luister Stefan. Ik ben te oud om de berg te beklimmen. Misschien zul jij dat later ooit eens doen. Dan zul je de weg naar het licht vinden. Nu kun je dat nog niet. Je moet wachten tot je groot en sterk bent. Dan kan niemand je tegenhouden.”

’s Nachts ligt Stefan wakker. Hij denkt: Ik wou dat opa het zonlicht een keer kon zien voor hij sterft. En hij besluit om in het geheim op pad te gaan. Het is erg donker, maar Stefan loopt dapper door. Hij hoort de ruisende rivier die zegt: “Ga niet, je verdoet je tijd!” Een uil krast: “Ga niet, buiten dit dal bestaat er niets moois.” De wolven huilen: “Ga niet verder, want dan zul je sterven.”

Stefan is bang. Toch loopt hij verder en verder, tot de ochtend aanbreekt.

De mist in het dal is nu erg dicht. Stefan staat op de top van een berg. Voor het eerst van zijn leven ziet hij hoe de zon opkomt. Aan de bleke hemel schijnen nog wat sterren. Stefan ziet de wolken in het dal hangen. Alleen de torens van het stadhuis steken er bovenuit.

Stefan rent naar de stad terug. Hij praat daar met de Raad van Oude Mensen. “Ik heb een wereld vol kleuren gezien,” zegt hij.

“Aan de andere kant van de berg is die wereld.” – “Dat kan niet,” zeggen de Oude Mensen. “Onze stad is het enige dat bestaat. Wie ben jij trouwens?” Iemand zegt: “Het is Stefan. Hij is gek aan het worden, net als zijn opa.” En iedereen lacht.

Stefan wordt erg boos. “Maar ik heb het gezien!” zegt hij. “Iedereen kan het zelf zien. De torens van het stadhuis steken boven de mist uit. Ga maar mee naar de torens.” – “Het is verboden een toren in te gaan!” schreeuwen de Oude Mensen. “Het is gevaarlijk. Niemand heeft dat ooit gedaan en zo moet het blijven.” – “Nee! Het moet veranderen!” zegt Stefan. Meteen rent hij een steile torentrap op. De Oude Mensen gaan hem achterna. “Halt! Niet verder, of we roepen de wachters!”

Stefan schrikt daarvan. Vlug klimt hij verder. De Oude Mensen komen schreeuwend achter hem aan. Er is zelfs een wachter bij. Maar Stefan is al bijna boven. “Kom terug, of we gooien je in de kerker!” Stefan ziet dat ze hem niet kunnen inhalen en hij klimt verder. De een na de ander klimt de toren in. En iedereen die boven komt, roept: “Ah! Oh! Het is waar! Stefan en zijn opa hebben gelijk.”

Stefan laat de mensen alleen en gaat naar zijn opa. Hij vertelt hem alles.

Daarna gaat hij slapen, want hij is moe van zijn reis. Opa dekt hem toe. Blij en trots kijkt hij naar zijn kleinzoon.

Dit alles is lang geleden gebeurd. Er is sindsdien veel tijd voorbij gegaan. Heel wat mensen uit het dal zijn op reis gegaan. Zo leerden ze de zon kennen. Maar er kwamen ook mensen van buiten naar het dal. Zij wilden die bijzondere nevelstad ook wel eens zien.

Boven op de berg is de plek waar de mist en het licht elkaar kussen. Daar staat het huisje waar Stefan en zijn opa wonen. Altijd als er mensen langs dat huisje lopen, wijzen ze ernaar. Dan zeggen ze: “Daar wonen Stefan en zijn opa, de Wijze!”

~

Als je op zoek gaat naar de zon in jezelf, heb je moed en lef nodig. Het pad naar jezelf leidt je weg van al je zekerheden: de regels waaraan je geleerd hebt je te houden, de goedkeuring van anderen, de veiligheid van je bestaan binnen de vaste contouren van de tijd en de cultuur waarin je leeft. De manier waarop je hebt geleerd te leven is één kant van jezelf. Wie of wat ben je nog meer? Zolang je vasthoudt aan wie je bent uit angst voor de gevolgen wanneer je dit niet zou doen, houdt je jezelf gevangen in de mist. Je persoonlijkheid is dan een masker waarachter jij je verschuilt. Wie ben je zonder je masker? Durf jij jezelf te ontdekken en te laten zien wie je echt bent?

Wil je hiermee aan de slag, maar wil je daar graag wat hulp bij? Klik hier om een afspraak met mij te maken.

Interview met mij in vakblad VNGK

In het eerste nummer van 2017 sta ik met een drie pagina’s groot interview in het Vakblad voor de Natuurgeneeskundige. Het is een themanummer dat gaat over Bezieling. De vraag gaat over het innerlijk vuur in jezelf, dat wil weten wie je werkelijk bent en wat je drijfveren zijn. Wie ben je als je je nergens meer achter kunt verschuilen en op niemand meer kunt leunen?

Mijn queeste naar een antwoord op deze vraag begon al vroeg in mijn leven, na een intense ervaring toen ik als 5-jarig meisje met mijn zwembandje om voorover was gevallen in een zwembad in Spanje. Mijn hele leven stond daarna in het teken van de zoektocht naar dat waar ik als kind een glimp van opving. Ik ben door diepe dalen gegaan, maar voel me inmiddels steeds sterker verbonden met het nu. Vorig jaar was een keerpunt: alles valt op zijn plek. Wat ik daar toen ervoer, heb ik nu en hier gevonden.

Lees hier het hele artikel. Ik zou het heel leuk vinden als je een reactie achterlaat en me laat weten wat jouw drijfveren zijn! Wil je een afspraak met mij maken, dat kan hier

Je maakt jezelf ongelukkig…

En je houdt ervan

Ik maak jou niet ongelukkig. En je ouders of je broers en zussen ook niet. Je vrienden niet, je collega’s niet en zelfs je baas niet. Je doet het allemaal zelf. En geloof het of niet: je houdt ervan.

In ons streven naar geluk voelen we ons maar al te vaak belemmerd door onze omstandigheden of de mensen om ons heen. We denken dan: als mijn man eens wat beter naar mij zou luisteren, als mijn vrouw eens wat minder zou zeuren, als ik wat meer geld zou hebben, als ik op mijn werk meer gewaardeerd zou worden, als mijn kinderen eens zouden doen wat ik zeg…dan zou het leven zoveel makkelijker zijn en dan zou ik gelukkig zijn!

Helaas volgen de problemen elkaar vaak op en is de rust en harmonie waar we naar verlangen op zijn best een korte periode tussen twee moeilijke in. We maken ruzie, spannen rechtszaken aan, gaan op zoek naar ander werk, of stemmen op Wilders.

Maar wat we ook doen, het lijkt nooit genoeg. Vaak concluderen we daaruit dat wij iets niet goed doen. Het leven is immers maakbaar, leren we, en succes is een keuze. Op social media zie je dat iedereen geluksmomenten deelt en je denkt bij jezelf: als ik dat niet ervaar, dan faal ik en dat ligt aan mij. Ik ben de enige die dit niet kan of die er niet bij hoort.

Dus gaan we proberen onszelf te vervolmaken. Misschien bezoek je een coach of therapeut, volg je cursussen of een opleiding, doe je allerhande zelftests op internet, zorg je voor een heleboel Facebookvrienden en loop je alle feestjes af om maar niets te missen. Je doet je uiterste best, zorgt ervoor dat je zo weinig mogelijk fouten maakt, dat je er goed uitziet en dat je niet uit de toon valt. Je doet je best om alles wat als ‘slecht’ kan worden bestempeld uit je persoonlijkheid te bannen.

Maar ook ons streven naar volmaaktheid helpt ons niet om gelukkig te worden. Misschien merk je zelfs dat je er perfectionistisch van wordt, of faalangst van krijgt, of dat je je afvraagt wie je eigenlijk zelf bent terwijl je zo hard je best doet om in de pas te lopen.

Zo komen we in een patstelling: aan de ene kant de omgeving die ons maar blijft belemmeren in het vinden van geluk (hoe hard we ook werken!) en aan de andere kant onszelf (wat ik ook doe, ik ben de enige die het niet voor elkaar krijgt om gelukkig te zijn).

We verlangen op een diep niveau naar alleenheerschappij: als ik de wereld om mij heen kon regeren met mijn goede intenties, dan zou ik ervoor zorgen dat niet alleen ik, maar iedereen gelukkig kon zijn. Als anderen dat nou maar zouden zien en mij de erkenning zouden geven die ik verdien, dan zou ik eindelijk kunnen doen waar ik goed in ben en zou het goed gaan met mijn relatie / mijn werk / mijn kinderen / de maatschappij.

Dat anderen dit niet zien en ons niet de rol geven die wij graag zouden spelen, frustreert ons. Het voelt oneerlijk en maakt machteloos. Wat we ook doen, we krijgen het linksom of rechtsom maar niet voor elkaar zoals we het voor ons zien.

Dan concluderen we: ongelukkig zijn hoort er kennelijk bij. En als ongelukkig zijn nu eenmaal bij het leven hoort, kan ik maar beter genieten van het ongelukkig zijn. Natuurlijk stel je dit niet zo bewust bij jezelf vast, maar kijk eens naar hoe je gaat handelen. Met vriendinnen bespreek je gezellig bij de koffie de problemen met je man, op feestjes gaan uitgebreid de misstanden in de maatschappij de kring rond, als je een vage bekende op straat tegenkomt gaat het al snel over het slechte weer vandaag. We hebben zelfs een gezegde: ‘no gain without pain’ – of wie mooi wil zijn moet pijn lijden.

Doordat we dit geloven, gaan we de wereld om ons heen ook zo ervaren. Steeds opnieuw worden we in ons geloof bevestigd en gaan we ons er ook steeds meer naar gedragen. Want zie je wel! Zonder dat diploma krijg je geen baan, zonder die uitstekende prestaties op je werk geen promotie, zonder die communicatietraining geen betere relatie met je man. En zonder moeilijkheden op je pad geen spirituele ontwikkeling.

Door dit geloof en de continue bevestiging daarvan, gaan we ertoe over om op een subtiele manier ons eigen ongeluk te creëren. Als ongeluk dan toch ons lot is, wordt het minder erg als we het verwachten. Bovendien zijn het excuses die we kunnen aanvoeren om te verklaren waarom iets ons niet gelukt is. In de slachtofferrol zitten voelt heerlijk: je trekt je handen van de situatie af en je maakt jezelf wijs dat jij er helemaal niets aan kunt doen dat je je rot voelt. Zo pak je alsnog je vrijheid, zonder daarvoor verantwoordelijkheid te hoeven nemen.

Hoeveel mensen zijn er niet die maximale vrijheid willen zonder verantwoordelijkheid te nemen? Wel vader worden, maar geen papa zijn. Wel rijk zijn, maar geen belasting betalen. Wel vrijheid van meningsuiting eisen, maar geen rekening houden met de gevoelens van minderheden. Wel rechten willen, maar geen plichten. Zo handhaven we ons streven naar geluk. Maar is dit geluk?

We kennen deze mensen allemaal, maar de kunst is het te herkennen in jezelf. Als jij verantwoordelijkheid kunt gaan nemen voor jezelf en gaat herkennen hoe jij jezelf klem zet in je streven naar geluk, kun je je eerste stappen gaan zetten op jouw pad naar écht geluk.

Verantwoordelijkheid nemen voor jezelf betekent je fouten toegeven. Dat je naast al je mooie en sociaal wenselijke eigenschappen ook een kant hebt die je liever verborgen houdt. Dat je onder ogen durft te zien waarvoor je het meeste bang bent dat anderen het ooit te weten zullen komen over jou.

Wat een bevrijding uit je zelf geweven keurslijf als jij de angstvallig in het duister van je ziel opgeborgen trekken en verlangens toelaat en gaat integreren in wie je bent! Mister Hyde kon alleen doorgaan met moorden zolang doctor Jekill niet van zijn bestaan op de hoogte was.

Het gevolg van het onder ogen zien van je eigen tekortkomingen is, dat je veel milder wordt naar de tekortkomingen van een ander. Je verlangen naar alleenheerschappij neemt af. De noodzaak om de wereld, je relatie, je kinderen, je werk en jezelf te vervolmaken neemt af.

Als je kunt accepteren dat jij en de wereld om je heen niet perfect zijn en dat ook niet hóeven te zijn, dan kun je vrede sluiten met het leven zoals het is.

Dat is trouwens niet hetzelfde als alle onheil maar over je heen laten komen.

Onze ziel streeft nu eenmaal naar geluk en naar volmaaktheid. Het verschil zit ‘m in het tempo en de onderliggende reden. Ons ego wil alleenheerschappij en vrijheid zonder verantwoordelijkheid en wil dat nú! Onze ziel wil heelheid en eenheid en heeft daar alle tijd voor, zelfs meerdere levens.

Heelheid wil zeggen: je integreert je lichte en je donkere kant. Daardoor heeft je donkere kant geen macht meer over je, terwijl je wel de macht van je donkere kant kunt gebruiken om het goede te doen. Als je niet meer bang bent om fouten te maken, dan kun je veel meer gaan ontspannen. Als je vanuit je heelheid ontspannen reageert op de wereld om je heen, dan kun je veel creatiever handelen. Er ontstaan nieuwe oplossingen waarvan je tot voor kort had gedacht dat ze onmogelijk waren.

Dit inzicht is niet nieuw, maar werd al in praktijk gebracht door de stoïcijnen. Dit deden ze zo:

  • Ze wisten dat de situatie je niet van streek maakt. Dat doen je overtuigingen. Bijvoorbeeld:
    • als mijn partner me verlaat, kom ik er nooit overheen
    • als ik mijn baan verlies, is mijn leven voorbij
    • die man loopt tegen me te schreeuwen, wat een hufter is hij
  • Herzie je overtuigingen en je gevoelens zullen veranderen:
    • zelfs als hij me dumpt, kan ik iemand anders ontmoeten. Het is eerder gebeurd en ik ben eroverheen gekomen
    • als ik mijn baan verlies, kan ik op mijn talenten en vaardigheden vertrouwen en een nieuwe baan zoeken
    • die man loopt tegen me te schreeuwen, ik bied hem een stoel aan en vraag hem rustig wat er aan de hand is zodat we het kunnen oplossen. Misschien heeft hij een punt.
  • Neem verantwoordelijkheid voor wat in je macht ligt en laat al het overige los. Ken je dit gebed?

~

“Heer, geef me de kracht om te berusten in situaties die ik niet kan veranderen. Geef me de moed om situaties te veranderen die ik wel kan veranderen. En geef me de wijsheid om het onderscheid te zien”

~

  • Zolang je problemen negeert, liggen ze sowieso buiten je macht. Daarom begint alle verandering bij acceptatie van de situatie zoals die is. Acceptatie is niet hetzelfde als berusting. Een situatie accepteren betekent de situatie erkennen. Pas als je een situatie erkent, kun je onderzoeken of deze wel of niet in je macht ligt er iets aan te veranderen.

De volgende keer dat er iets gebeurt waardoor je je ongelukkig voelt, onderzoek je bij jezelf op welke innerlijke overtuiging je je conclusie baseert. Daag jezelf uit om je overtuiging te herzien. Is het rationeel en echt waar wat je denkt? Meestal zal het antwoord op deze vraag ‘nee’ zijn en kun je je overtuiging herzien. Is je overtuiging wel reëel en kun je er iets aan veranderen? Bekijk wat je kunt veranderen en stel een stappenplan op naar je doel. Kun je niets veranderen? Kijk wat je nodig hebt om (misschien op termijn) de situatie te accepteren zoals die is.

Wil je graag met bovenstaande aan de slag, maar kun je daar wel wat hulp bij gebruiken? Dan kun je hier een afspraak maken.