De verboden toren

Een Italiaans sprookje over het geheim van de zon in jezelf

In een land ver van hier, ligt een diep dal. In dat dal hangt altijd een dichte mist. De mensen die er wonen hebben nog nooit de stralende zon gezien. Ook naar de maan en de sterren kunnen ze nooit kijken. Geen mens is ooit de berg opgeklommen. Niemand heeft ooit gezien wat er aan de andere kant is. De oude grote mensen zeggen tegen de jonge grote mensen: “Ons dal is het mooiste van de hele wereld. Ons dal is de hele wereld.”

De jonge grote mensen zeggen tegen hun kinderen: “Alles wat we nodig hebben, is in ons dal te vinden. En het is de mooiste plek die er bestaat.”

De kinderen geloven dat. Als ze zelf groot zijn, vertellen ze het door aan hun kinderen.

Zo gaan er jaren en eeuwen voorbij.

In het dal ligt een nevelstad, die Bruma heet. Buiten de stad wonen een jongen en zijn opa in een huisje. Altijd als er mensen langs dat huisje komen, wijzen ze ernaar. Dan zeggen ze: “Daar wonen Stefan en zijn opa, de Grapjas.”

Opa beweert namelijk dat er achter de bergen een andere wereld is, vol zonlicht en kleuren. Je bent gek als je zoiets denkt, zeggen de mensen. Daarom hebben ze Stefan en zijn opa uit de stad verjaagd. Maar Stefan weet zeker dat zijn opa de waarheid vertelt.

Hij zou graag laten zien dat de oude man gelijk heeft. Op een dag zegt opa: “Luister Stefan. Ik ben te oud om de berg te beklimmen. Misschien zul jij dat later ooit eens doen. Dan zul je de weg naar het licht vinden. Nu kun je dat nog niet. Je moet wachten tot je groot en sterk bent. Dan kan niemand je tegenhouden.”

’s Nachts ligt Stefan wakker. Hij denkt: Ik wou dat opa het zonlicht een keer kon zien voor hij sterft. En hij besluit om in het geheim op pad te gaan. Het is erg donker, maar Stefan loopt dapper door. Hij hoort de ruisende rivier die zegt: “Ga niet, je verdoet je tijd!” Een uil krast: “Ga niet, buiten dit dal bestaat er niets moois.” De wolven huilen: “Ga niet verder, want dan zul je sterven.”

Stefan is bang. Toch loopt hij verder en verder, tot de ochtend aanbreekt.

De mist in het dal is nu erg dicht. Stefan staat op de top van een berg. Voor het eerst van zijn leven ziet hij hoe de zon opkomt. Aan de bleke hemel schijnen nog wat sterren. Stefan ziet de wolken in het dal hangen. Alleen de torens van het stadhuis steken er bovenuit.

Stefan rent naar de stad terug. Hij praat daar met de Raad van Oude Mensen. “Ik heb een wereld vol kleuren gezien,” zegt hij.

“Aan de andere kant van de berg is die wereld.” – “Dat kan niet,” zeggen de Oude Mensen. “Onze stad is het enige dat bestaat. Wie ben jij trouwens?” Iemand zegt: “Het is Stefan. Hij is gek aan het worden, net als zijn opa.” En iedereen lacht.

Stefan wordt erg boos. “Maar ik heb het gezien!” zegt hij. “Iedereen kan het zelf zien. De torens van het stadhuis steken boven de mist uit. Ga maar mee naar de torens.” – “Het is verboden een toren in te gaan!” schreeuwen de Oude Mensen. “Het is gevaarlijk. Niemand heeft dat ooit gedaan en zo moet het blijven.” – “Nee! Het moet veranderen!” zegt Stefan. Meteen rent hij een steile torentrap op. De Oude Mensen gaan hem achterna. “Halt! Niet verder, of we roepen de wachters!”

Stefan schrikt daarvan. Vlug klimt hij verder. De Oude Mensen komen schreeuwend achter hem aan. Er is zelfs een wachter bij. Maar Stefan is al bijna boven. “Kom terug, of we gooien je in de kerker!” Stefan ziet dat ze hem niet kunnen inhalen en hij klimt verder. De een na de ander klimt de toren in. En iedereen die boven komt, roept: “Ah! Oh! Het is waar! Stefan en zijn opa hebben gelijk.”

Stefan laat de mensen alleen en gaat naar zijn opa. Hij vertelt hem alles.

Daarna gaat hij slapen, want hij is moe van zijn reis. Opa dekt hem toe. Blij en trots kijkt hij naar zijn kleinzoon.

Dit alles is lang geleden gebeurd. Er is sindsdien veel tijd voorbij gegaan. Heel wat mensen uit het dal zijn op reis gegaan. Zo leerden ze de zon kennen. Maar er kwamen ook mensen van buiten naar het dal. Zij wilden die bijzondere nevelstad ook wel eens zien.

Boven op de berg is de plek waar de mist en het licht elkaar kussen. Daar staat het huisje waar Stefan en zijn opa wonen. Altijd als er mensen langs dat huisje lopen, wijzen ze ernaar. Dan zeggen ze: “Daar wonen Stefan en zijn opa, de Wijze!”

~

Als je op zoek gaat naar de zon in jezelf, heb je moed en lef nodig. Het pad naar jezelf leidt je weg van al je zekerheden: de regels waaraan je geleerd hebt je te houden, de goedkeuring van anderen, de veiligheid van je bestaan binnen de vaste contouren van de tijd en de cultuur waarin je leeft. De manier waarop je hebt geleerd te leven is één kant van jezelf. Wie of wat ben je nog meer? Zolang je vasthoudt aan wie je bent uit angst voor de gevolgen wanneer je dit niet zou doen, houdt je jezelf gevangen in de mist. Je persoonlijkheid is dan een masker waarachter jij je verschuilt. Wie ben je zonder je masker? Durf jij jezelf te ontdekken en te laten zien wie je echt bent?

Wil je hiermee aan de slag, maar wil je daar graag wat hulp bij? Klik hier om een afspraak met mij te maken.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s